Home » Nieuws & achtergrond » Ondertoezichtstelling: wat zijn de criteria?

Ondertoezichtstelling: wat zijn de criteria?

31 juli 2020

Wat zijn de mogelijkheden indien u verweer wenst te voeren tegen een verzoek ondertoezichtstelling? Advocaat Susanne Wolfert kan u hier meer over vertellen.

Allereerst dient te worden stil gestaan bij de wettelijke criteria zoals opgenomen in artikel 1:255 BW:

"De kinderrechter kan een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling indien een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:

a) De zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door deze niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en

b) De verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247, tweede lid BW, in staat zijn te dragen."

Hieruit volgt dat er sprake moet zijn van een 1) ernstige ontwikkelingsbedreiging en 2) dat ouders de zorg die noodzakelijk is om die ontwikkelingsbedreiging weg te nemen niet of onvoldoende accepteren en 3) dat de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders binnen aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de kinderen weer volledig kunnen dragen.

In deze blog wil ik met name ingaan op het criterium dat ziet op het accepteren van de noodzakelijke hulp.

 

Ondertoezichtstelling en hulpverlening

Vaak zie je bij verzoeken tot ondertoezichtstelling dat de Raad voor de Kinderbescherming als verzoekende partij stelt dat de aanvaarde hulp in het vrijwillig kader niet het effect heeft gehad wat de Raad graag zou willen zien. Uit de Memorie van Toelichting bij art. 1:255 BW volgt niet dat effect van die hulpverlening ook een vereiste is en dat het ontbreken van dat effect, terwijl de noodzakelijke hulpverlening wel geaccepteerd wordt, zou moeten leiden tot een ondertoezichtstelling. Ook is hieruit af te leiden dat niet alle aangeboden hulpverlening geaccepteerd hoeft te worden maar dat dit enkel geldt voor passende hulpverlening.

De Hoge Raad heeft op 16 februari 2018 uitspraak gedaan naar aanleiding van een door een cliënt van Susanne Wolfert ingesteld cassatieberoep over hoe de nieuwe wettekst ten opzichte van de oude wettekst uitgelegd moet worden en wat nu precies in de praktijk de criteria van de ondertoezichtstelling zijn. In die zaak werden er twee kinderen van de cliënte onder toezicht gesteld omdat de Raad voor de Kinderbescherming had betoogd dat de moeder de hulpverlening niet voldoende accepteerde omdat het geen effect had gehad. De moeder betoogde dat zij de meeste hulpverlening wel had geaccepteerd en zelfs het meeste zelf had ingezet en alleen de zaken die zinloos waren of te laat waren ingezet had geweigerd. Zij stelde dan ook dat er voor een ondertoezichtstelling geen ruimte was, er was geen meerwaarde omdat zij eigenlijk alles zelf regelde en de hulpverlening vaak enkel achter de feiten aanliep.

 

De Hoge Raad overweegt hierover vervolgens:

"Het in art. 1:255 lid 1, aanhef en onder a, BW opgenomen vereiste dat de noodzakelijke zorg "niet of onvoldoende wordt geaccepteerd" ziet niet slechts op de bereidheid die zorg te accepteren, maar mede op het (in voldoende mate) daadwerkelijk accepteren en benutten van die zorg. Indien de ouder die het gezag uitoefent, onvoldoende in staat is de noodzakelijke zorg daadwerkelijk te benutten, staat derhalve de omstandigheid dat hij of zij zich wel bereid heeft verklaard tot acceptatie van die zorg niet in de weg aan ondertoezichtstelling van de minderjarige."

Overigens is na de uitspraak van de Hoge Raad de ondertoezichtstelling in die casus alsnog beëindigd omdat het geen toegevoegde waarde (meer) had.

In de praktijk zie je veel dat de criteria voor een ondertoezichtstelling flink worden opgerekt. In de komende periode zullen de grenzen hieraan in de rechtspraak moeten worden vastgesteld.

Voor nu kan in ieder geval worden vastgesteld dat het accepteren van de hulp zo ver moet gaan dat de hulp benut wordt en daadwerkelijk geaccepteerd wordt. In hoeverre de hulp, wanneer deze daadwerkelijk geaccepteerd en benut wordt, ook effect moet hebben (gehad) is nog onduidelijk.

Te bepleiten valt dat wanneer er hulp wordt ingezet en deze hulp ook ten volle geaccepteerd en benut wordt er geen grond is voor een ondertoezichtstelling, ongeacht de vraag of het voldoende effect heeft gehad. Wellicht doet de Hoge Raad hier op later moment nog een uitspraak over. Voor nu zijn er dus nog voldoende mogelijkheden om verweer te voeren op dit punt.

Heeft u vragen en/of wilt u graag meer informatie ontvangen over wat er mogelijk is met betrekking tot een ondertoezichtstelling? Neem vooral contact op met ons kantoor en vraag naar Susanne Wolfert.

Specialisten in personen- en familierecht met hart voor uw zaak

Vooral in het personen- en familierecht kunnen de emoties hoog oplopen. Wij luisteren naar u. We leggen uit wat uw juridische positie is en wat de mogelijkheden zijn. Daarna gaan we in gesprek met de andere partij....

Familierecht

Gezamenlijk gezag als instrument om contact tussen kind en ouder te waarborgen

Op 27 maart heeft de Hoge Raad zich uitgelaten in een interessante zaak over het ouderlijk gezag. In dit artikel bespreekt Marten Arnold de uitspraak van de Hoge Raad en de achterliggende wetgeving.

Artikel